IVF bij chromosoomafwijking

IVF bij chromosoomafwijking

Tijdens mijn zomervakantie wordt via de sociale media mijn artikel over fertiliteitsopstellingen massaal gelezen. Hierin spreek ik over het systemisch kijken naar problemen die met onvruchtbaar zijn te maken hebben. Dat het in een opstelling helder wordt waarom iemand wel een kind in zijn hart heeft, maar niet in zijn armen. Iemand schrijft mij in een mail over haar verlangen een opstelling te komen doen omdat zij en haar geliefde al lang met IVF bezig zijn. Dat een van de oorzaken dat er gekozen is voor deze methode is, dat er een filtering plaats moet vinden van de embryo’s omdat er een chromosoomafwijking in de familie zit bij de vader. Ik resoneer met haar vraag, maar ik voel meteen: Ik ben God niet, ik verricht geen wonderen.

Verwachtingsmanagement

Hoe kan ik zonder oordeel naar deze vraag kijken. Kan ik ernaar kijken? Wil ik ernaar kijken? Welke vraag wordt er echt aan mij gesteld? Als een bepaald onderwerp mij vindt dan is dat natuurlijk niet per ongeluk. Ik wil graag mijn systemische afwegingen delen. De kern van dit mooie werk is in mijn beleving, dat helder mag worden dat alles wat leeft in een systeem vraagt om gezien te worden. Daar waar uitsluiting het patroon is worden hoge prijzen bepaald. En word het lot er niet lichter op. Als ik mijn toekomstige klant spreek, heb ik een belangrijke vraag: Mag er een opstelling gebeuren die openlaat of er een kind met of zonder chromosoomafwijking wordt geboren? Ik dien het volledige systeem. Ook de kinderen die deze afwijking hebben en al geboren zijn. Als de vraag is of ik dat wil elimineren, dan kan dat dus in mijn hart niet. Daarmee speel ik volgens mij ook met het bestaansrecht van degene die wel het lot hebben zo op aarde te zijn gekomen. Wat denk ik mogelijk is, is om te kijken wat er wordt gediend in het geboren worden met deze afwijking. Ik ben nog een keer hardop duidelijk: Ik ben God niet, en dat wil ik ook niet zijn. Alles in het leven gaat in mijn beleving over includeren. Jij hoort bij ons. Of dat nou de dader, het slachtoffer, het gezonde leven, het zieke leven, het gezonde  kind of het kind met de chromosoomafwijking is. Ik dien het systeem, en niet de wens daarin uitzonderingen te maken, of buiten te sluiten.

In liefde ergens naar kijken

Wat gezien moet worden in het leven geven aan een kind met een chromosoomafwijking dat is nodig. Ik voel dat dat is wat ik volhartig kan dienen. Ik merk dat ik nieuwsgierig ben naar wat er uit een opstelling komt. Maar het nemen van de rol van God, degene die beslist, is niet aan mij. Kan deze vrouw met het verlangen leven door te geven in dit systeem van haar geliefde ook ja zeggen tegen een niet perfect kind? In het laboratorium kan men filteren en excluderen, maar in een opstelling hoort echt iedereen erbij. Ik begrijp haar pijn. Maar de deal gaat zijn: het hele systeem dienen, of helemaal niets. De opstelling vindt plaats op een zonnige zondag. Het proces ontvouwt zich, en wat ik zie is een vader die niet beschikbaar lijkt te zijn voor zijn kinderen bij zijn nieuwe geliefde. Omdat hij zich verbonden heeft met het lot van zijn kind dat een speciale zorgvraag heeft. Het wordt meteen heel helder dat hij zich enorm met dit kind verbindt, en eigenlijk zijn nieuwe vrouw vraagt onderdeel uit te maken van dat systeem. Een systeem dat voor haar een stap terug in de tijd betekent. Een tijd die niet van haar was. In een moederrol van een kind dat niet van haar is. Het wordt duidelijk dat ze in haar zorg op de plaats is gaan staan van de biologische moeder, en de neiging heeft deze buiten te sluiten. Het kind dat er al was, wil natuurlijk zijn eigen papa en mama. Hij vindt het uiteindelijk ook fijn om een grote broer te worden. Tenminste… als hij dan mag zijn wie hij is. Niet meer en niet minder. Ik test uiteindelijk niet hoe het zit met gefilterde embryo’s die niet in het systeem zouden thuishoren.

Maakbaar leven

Het maken van embryo’s lukt goed. Het terugplaatsen van deze gefilterde embryo’s gaat ook goed. Maar ze blijven niet “plakken”. Ik spreek hardop uit dat het “niet plakken” een beweging van loyaliteit zou kunnen zijn van de gefilterde embryo’s en van deze moeder. Naar het kind dat het lot van de afwijking voor altijd op zijn schouders heeft. Dat het filteren van de embryo’s iets af doet aan zijn bestaansrecht. Ik spreek hardop de overpeinzing uit, wat gebeurt er in dit systeem met de erfgenamen ervan die bevroren in een vrieskist liggen? Waarin de oorspronkelijke levensenergie stopt? Wat doet dat met de jongen die er al is? Wat doet dat met de kinderen die toch een keer het levenslicht gaan zien en hun eerste adem nemen als ze uit hun moeder gaan komen? Er ontstaat rust in de opstelling als het kind dat er is helemaal mag zijn. Ik toets niet of het kind dat mogelijk onderweg is en wie weet, toch geboren wordt, gezond is. In het buiten sluiten van een erkende afwijking, waarin de boodschap niet wordt gehoord, sluipt er wellicht iets anders naar binnen. Er ontstaat rust, en ik sluit af zonder antwoord. Of er een kindje komt laat ik los en de moeder lijkt dat ook te doen. Het is niet aan mij, niet aan de gynaecoloog die gaat toveren met rietjes en stikstof. Ik die niets met kerk heeft, maar wel met het grotere geheel en een wetend veld, het is niet aan mij.

Is het aan God?

 

 

Share this post
  , ,


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.